Ins en outs van buitenplanten: lees je vingers groen

Florerende flora willen de meesten wel. Zeker als je bewust kiest voor een levendig geheel vol buitenplanten en bloemen. Dan wil je ook dat deze goed groeien en bloemen, niet dat ze verwelken of er troosteloos verslagen bij hangen. Maar buitenplanten hebben wel specifiekere aandacht nodig dan de meeste binnenplanten. Je moet rekening houden met standplaats, hoe te planten en afstand bepalen, met hoe en wanneer snoeien, standplaats en extra bemesting.

Standplaats
Het is méér dan logisch, maar we kunnen het toch maar gezegd hebben: bepaal eerst (bij voorkeur vóór aankoop) de standplaats. Als je maar één plaats beschikbaar hebt om nieuwe buitenplanten neer te zetten, koop dan planten die geschikt zijn voor die betreffende standplaats. Let hierbij op hoeveelheid zon/schaduw en in geval van schaduw: ook een lichte of donkere plek maakt soms uit. Houd zo nodig rekening met bewatering: heb je de mogelijkheid om een tuinslang te gebruiken of niet? Zo niet, is een buitenplant met weinig waterbehoefte uiteraard prettiger voor zowel jezelf als het succes van je plant.

Heb je meerdere standplaatsen beschikbaar en ook meerdere planten aangeschaft? Bepaal eerst welke je waar gaat planten en zet ze alvast bij de juiste standplaats. Zo raak je niet meer in de war.

Buitenplanten indelen en planten

Het staat je natuurlijk vrij om je nieuwe buitenplanten uit hun meegeleverde pot te trekken en zonder verdere omhaal in je tuin te zetten, grond erover en klaar. Logischerwijs levert dat echter niet de beste of het gewenste resultaat op. Als je volgens onderstaande tips stapsgewijs te werk gaat, wordt er zeker beter gegroeid en gebloeid:

Stap 1: plaatsbepaling buitenplanten
Ga in geval van meerdere planken eerst rangschikken en doe dit terwijl ze nog in hun pot zitten. Bepaal per buitenplant waar deze moet komen te staan en let hierbij vooral op de aanwijzingen op het etiket: bekijk de aanbevolen plantafstand. Te dicht op elkaar bekent dat ze elkaar letterlijk in de weg zitten en niet goed kunnen ontwikkelen. Te veel afstand maakt dat het lang duurt voordat je een mooie aaneengesloten begroeiing hebt. Zet ze dus boven op de tuingrond in de pot neer en deel ze op deze manier in. Zo kun je nog eenvoudig herschikken tot je de meest optimale indeling hebt gepuzzeld. All set? Volgende stap!

Stap 2: tuingrond voorbewerken
Graaf nu waar de planten moeten komen met een schep een ruim gat in de grond. Woel de grond ook goed om/los. Voeg vervolgens wat potgrond en eventueel mest toe. In de meeste potgrond zitten al extra voedingstoffen voor enkele maanden. Let dus even op of extra mest wel nodig is.

Stap 3: uit de pot halen
Tik eerst een paar keer tegen de pot of knijp erin en trek dan voorzichtig de pot onder de kluit vandaan. Lukt dit niet bij zachtjes of met normale kracht trekken? Knip de pot weg of, zeker bij droogte, dompel de pot eerst onder in lauwwarm water. 

Plant met kluit

Stap 4: planten
Als de plant uit de pot is, haal je (voorzichtig!) de wortels een beetje losser. Dit helpt om zich eenmaal geplant letterlijk goed en stevig wortel te schieten. Zet de buitenplant in het eerder gemaakt gat en controleer of het de juiste diepte heeft. De bovenkant van de kluit moet gelijk uitkomen met je tuingrond. Een piepklein beetje hoger mag, omdat de grond uiteindelijk nog wat inzakt. Vul de hoeveelheid grond aan tot de hele kluit weer omringd is en druk dit overal rondom nog even goed aan. Geef alle geplante buitenplanten vervolgens flink wat water.

Bemesting van buitenplanten
Er bestaat organische mest, dus met natuurlijk grondstoffen. Dit is bijvoorbeeld koemest of compost. Daarnaast is er kunstmest. Beide vormen bevatten de drie belangrijkste voedingsstoffen voor planten: stikstof, fosfor en kalium. Stikstof voor de bladeren, fosfor voor stevige wortels en groei, kalium bevordert bloei en vrucht.

Wat deze twee mestvormen van elkaar onderscheidt, is dat kunstmest enkel werkzaam is voor de buitenplanten zelf en organische mest ook voedingsstoffen bevat voor de grond/bodem. Kunstmest geeft echter wel snel resultaat. Organische mest wordt daarom doorgaans in de winter of het vroege voorjaar toegepast en kunstmest ergens tussen april en september. De kunstmest kun je toepassen zodra je merkt dat je buitenplanten na hun winterpauze gaan opleven.

Buitenplanten snoeien: hoe en wanneer

Er zijn grof gezien vier redenen om buitenplanten c.q. boompjes te snoeien.

  1. Wildgroei verwijderen
  2. Om doorgroei te bewerkstelligen/bevorderen
  3. Om het juiste groeimodel te behouden (zoals bij een buxus heg)
  4. Voor (optimale) bloei van bloemen en vruchten

Wannéér er gesnoeid moet worden, hangt af van welke van bovenstaande snoeiredenen geldt en van de plantsoort. Verkeerd snoeien wordt afgestraft met weinig/geen groei of vruchten, visuele teleurstelling en met minder gezonde en sterke planten.

Fruitbomen hoeven overigens niet verplicht gesnoeid te worden, maar het levert wel meer en uitbundigere vruchten op. Daarnaast ontwikkelen nieuwe scheuten door het snoeien beter en er is meer ruimte om licht goed door te laten. Voor een goed producerende fruitboom is snoeien daarom wel een must.

Lavendel snoeien
Met lavendel snoeien moet je de koe meteen bij de horens vatten in het eerste jaar. Een paar keer extra snoeien is beter dan te weinig, anders zal de lavendel alleen nog vanaf buiten bloeien en een kale binnenkant opleveren. Snoei de uitgebloeide topjes minimaal 2x weg: in augustus ná de bloei en daarna na de winter ergens eind maart of begin april. Probeer dit het eerst jaar nog wat vaker bij te houden voor een volle bos lavendel.

Appelboom snoeien
Een appelboom moet je vooral de eerste paar jaar goed bijhouden met snoeien om er een goede vorm in te krijgen. Snoeien doe je dan boven de knoppen die zijwaarts, dus naar buiten, gericht zijn. Zo groeit de appelboom goed breed en open. Dit is i.v.m. lichtontvangst belangrijk voor goede vruchtontwikkeling. Wil je een goede oogst dan moet je met touw de takken (geldt ook voor een perenboom) richting de stam buigen en zo vastzetten.

Druivenplant/fruitplanten
Voor deze vruchtbare buitenplanten kun je één hoofdtak aanhouden en zodra het blad van de struiken af is alle zijtakken op ongeveer 2-3 cm na snoeien.

Je kersenboom snoei je enkel om een gewenst model aan te houden en voor perziken of pruimen haal je na de oogst te lange (zij)takken weg. Omhoog groeiende takken behoud je.

Heg

Buxus- en andere hagen snoeien

  •  Buxus: een populaire heester die wel veel onderhoud vereist! Voor een echt goede haag moet je per seizoen vier keer snoeien, maar niet meer ná september. Zo maakt de buxus zich nog goed winterhard. Start met snoeien in mei en vervolgens elke keer als er weer tot zo’n vijf centimeter bij is gegroeid, maar niét terugsnoeien tot de vorige snede. Snoei op hete (zomer)dagen alleen als het bewolkt is of de zon er af is. Begin september kun je dan terugsnoeien tot de oorspronkelijke snoeihoogte.
  • Beukenhaag: voor hagen is de gulden regel dat ze mooi dicht groeien als de bovenkant en onderkant niet gelijklopen. De onderkant kun je wat breder laten dan de bovenkant. Snoei je beukenhaag in de winter op juiste hoogte.
  • Coniferen en taxushagen: snoei deze in maart en/of juni. Laat bij coniferen altijd wat groen zitten, taxushagen kun je tot de stam terugsnoeien.

 Heggen algemeen
- Houd de bovenkant bij hagen iets smaller dan de onderkant
- Bloeiende hagen ná de bloei snoeien
- Nieuw geplante heggen altijd vóór maart terugsnoeien voor het beste voorjaarsresultaat

Vlinderstruik snoeien
Vrijwel iedereen heeft al met eigen ogen gezien waarom een vlinderstruik heet zoals die heet. Prachtige vlinders op de evenzo prachtige bloemen. Zonde dus als je die pracht en praal zou ruïneren met verkeerd snoeien. Dit zijn de juiste kneepjes:

- eind van de winter snoeien (zonder dagvorst!) tot op 30 centimeter
- in juni lange toppen wegsnoeien
- regelmatig vergane bloemen wegknippen